-
Netschakelaar
Bij het indrukken van de
netschakelaar wordt omgeschakeld tussen "Aan" en de "Stand-by"
mode. De netspanning wordt niet uitgeschakeld, zolang het
netsnoer is verbonden met het electriciteitsnet.
◄
- Netspanningslampje [POWER]
Zolang de versterker is aangesloten op het electriciteitsnet,
brandt dit lampje (groen) - ook als de "Stand-by" mode is
ingeschakeld.
◄
- Signaalindicator. [SIGNAL]
Het lampje brandt (groen) als er een uitgangssignaal aanwezig
iswordt weergegeven.
◄
- Piekniveauindicatie [PEAK].
Als dit lampje oplicht (rood) betekent dit dat het
uigangssignaal zijn maximale niveau heeft bereikt en dat het
verder opendraaien van de volumeknop vervorming van het signaal
(clipping) tot gevolg heeft.
◄
- Microfoonvolumeregelaars.
Volumeregelaars voor de drie microfooningangen resp. Mic.1, Mic2
en Mic 3.◄
- Aux. ingangansvolumeregelaars.
Volumeregelaars voor de Aux. ingangen resp. Aux.1en Aux. 2.
◄
- Basregelaar.
De middenpositie betekent een vlakke frequentiekarakteristiek.
Rechtsom draaien betekent meer basvolume, linksom vermindert het
volume van de lage frequenties.
◄
- Hoogregelaar.
De middenpositie betekent een vlakke frequentiekarakteristiek.
Rechtsom draaien betekent meer hoge frequenties, linksom
vermindering van de de hoge frequenties.
◄
- Hoofdvolumeregelaar [MASTER]
Volumeregelaar voor alle
ingangssignalen.
◄
- Netsnoer.
Netsnoer met aangegoten Euostekker.◄
- Laagspanningsaansluiting
[INPUT=]
Ingang voor het aansluiten van een 24Vdc noodstroomvoeding.
◄
- Uitgangsklemmen [COM, 4 Ohm / COM, 70V,
100V]
Schroefklemmen voor het
aansluiten van de luidspreker(s). Gebruik slechts één van de
aansluitingen, om verkeerd belasten van de uitgangstransformator
te voorkomen.
◄
- Veiligheids afscherming.
Vergeet niet om na het aansluiten van de luidsprekers deze
afscherming te plaatsen.
◄
- Microfooningangen.
Mic. 1: ( 5 polige DIN connector)
Gevoeligheid: -60 dB (1 mV) bij een ingangsimpedantie van 600
Ohm (symmetrisch)
Phantom power: Aan/uitschakelbaar (zie 18)
Mic. 2 en Mic 3: (Dubbelpolige telefoonplug)
Gevoeligheid: -60 dB (1 mV) bij een ingangsimpedantie van 600
Ohm (symmetrisch)
Uiteraard kunnen ook asymmetrische microfoons worden
aangesloten.
◄
- Auxilliary ingangen [AUX 1] / [AUX 2]
Aux. 1 en 2: ( dubbele RCA pin jacks, mono aangesloten)
Gevoeligheid: -20 dB (100 mV) bij een ingangsimpedantie van 10
kOhm (asymmetrisch)◄
- Opnameuitgang [REC. OUT].
Uitgang voor het aansluiten van een recorder (opname).
Signaalsterkte: 0 dBv bij een belasting van 600 Ohm,
asymmetrisch. Deze uitgang geeft alle ingangssignalen weer en
wordt niet be-invloed door de Hoofdvolumeregelaar (9)
◄
- Mute niveau [MUTE ADJ.].
Bij het indrukken van de spreekschakelaar van de microfoon op
microfooningang 1 (toetscontact potentiaalvrij aansluiten op pen
4 en 5 van de DIN plug) wordt het signaalniveau van de overige
ingangen onderdrukt. De mate van onderdrukking ("mute") is
m.b.v. deze potmeter instaelbaar van 0 dBv (geen onderdrukking)
tot -30 dBv ◄
- Phantoomschakelaar [PHANTOM].
Zet deze schakelaar op "Off" bij het aansluiten van een
dynamische microfoon op ingang 1. De fantoomspanning in de "On"
stand is +21Vdc (t.b.v. van electret microfoons)
◄
- Aardklem.
Dit is de zgn. Chassisaarde, welke gebruikt kan worden voor het
aarden van bijv. de afscherming van luidsprekerkabels. Let op:
Deze aardklem is geen vervanging van de randaarde
(veiligheidsaarding) via het netsnoer.
◄
|