A-2000 Serie: Meng- Eindversterkers
 
A-2030 / A-2060 / A-2120 / A-2240
Bedieningsorganen en aansluitingen van de versterkerserie.

De nummers in de kantlijn verwijzen ook naar de items op de paginas 6, 7, 8 en 9  van de Engelstalige handleiding. Tussen teksthaken is steeds het opschrift van het betreffende bedieningsorgaan weergegeven, zoals dat in werkelijkheid op de frontplaat van de versterker staat.

(11) Aansluiting voor (nood)voeding 24Vdc. (12) Luidsprekeraansluitingen. (10) Netsnoer met Eurostekker. (13) Afscherming voor de luidsprekeraansluitingen. (16) Opname-uitgang. (15) Auxilliary ingangen (14) Microfooningangen. (18) Phantoomschakelaar (17) Mute level. (19) Chassisaarde. (5) Volumeregelaars Mic. 1, 2 en 3. (6) Volumeregelaars Aux. 1 en 2. (7) Lage tonenregeling. (8) Hoge tonenregeling. (4) Piekniveau (3) Signaalindicatie (9) Mastervolume. (2) Netvoedingslampje (1) Netschakelaar.  
  1. Netschakelaar
    Bij het indrukken van de netschakelaar wordt omgeschakeld tussen "Aan" en de "Stand-by" mode. De netspanning wordt niet uitgeschakeld, zolang het netsnoer is verbonden met het electriciteitsnet.
  2. Netspanningslampje [POWER]
    Zolang de versterker is aangesloten op het electriciteitsnet, brandt dit lampje (groen) - ook als de "Stand-by" mode is ingeschakeld.
  3. Signaalindicator. [SIGNAL]
    Het lampje brandt (groen) als er een uitgangssignaal aanwezig iswordt weergegeven.
  4. Piekniveauindicatie [PEAK].
    Als dit lampje oplicht (rood) betekent dit dat het uigangssignaal zijn maximale niveau heeft bereikt en dat het verder opendraaien van de volumeknop vervorming van het signaal (clipping) tot gevolg heeft.
  5. Microfoonvolumeregelaars.
    Volumeregelaars voor de drie microfooningangen resp. Mic.1, Mic2 en Mic 3.
  6. Aux. ingangansvolumeregelaars.
    Volumeregelaars voor de Aux. ingangen resp. Aux.1en Aux. 2.
  7. Basregelaar.
    De middenpositie betekent een vlakke frequentiekarakteristiek. Rechtsom draaien betekent meer basvolume, linksom vermindert het volume van de lage frequenties.
  8. Hoogregelaar.
    De middenpositie betekent een vlakke frequentiekarakteristiek. Rechtsom draaien betekent meer hoge frequenties, linksom vermindering van de de hoge frequenties. 
  9. Hoofdvolumeregelaar [MASTER]
    Volumeregelaar voor alle ingangssignalen.
  10. Netsnoer.
    Netsnoer met aangegoten Euostekker.
  11. Laagspanningsaansluiting [INPUT=]
    Ingang voor het aansluiten van een 24Vdc noodstroomvoeding.
  12. Uitgangsklemmen [COM, 4 Ohm / COM, 70V, 100V]
    Schroefklemmen voor het aansluiten van de luidspreker(s). Gebruik slechts één van de aansluitingen, om verkeerd belasten van de uitgangstransformator te voorkomen.
  13. Veiligheids afscherming.
    Vergeet niet om na het aansluiten van de luidsprekers deze afscherming te plaatsen.
  14. Microfooningangen.
    Mic. 1: ( 5 polige DIN connector)
    Gevoeligheid: -60 dB (1 mV) bij een ingangsimpedantie van 600 Ohm (symmetrisch)
    Phantom power: Aan/uitschakelbaar (zie 18)
    Mic. 2 en Mic 3: (Dubbelpolige telefoonplug)
    Gevoeligheid: -60 dB (1 mV) bij een ingangsimpedantie van 600 Ohm (symmetrisch)
    Uiteraard kunnen ook asymmetrische microfoons worden aangesloten.
  15. Auxilliary ingangen [AUX 1] / [AUX 2]
    Aux. 1 en 2: ( dubbele RCA pin jacks, mono aangesloten)
    Gevoeligheid: -20 dB (100 mV) bij een ingangsimpedantie van 10 kOhm (asymmetrisch)
  16. Opnameuitgang [REC. OUT].
    Uitgang voor het aansluiten van een recorder (opname).
    Signaalsterkte: 0 dBv bij een belasting van 600 Ohm, asymmetrisch. Deze uitgang geeft alle ingangssignalen weer en wordt niet be-invloed door de Hoofdvolumeregelaar (9)
  17. Mute niveau [MUTE ADJ.].
    Bij het indrukken van de spreekschakelaar van de microfoon op microfooningang 1 (toetscontact potentiaalvrij aansluiten op pen 4 en 5 van de DIN plug) wordt het signaalniveau van de overige ingangen onderdrukt. De mate van onderdrukking ("mute") is m.b.v. deze potmeter instaelbaar van 0 dBv (geen onderdrukking) tot -30 dBv
  18. Phantoomschakelaar [PHANTOM].
    Zet deze schakelaar op "Off" bij het aansluiten van een dynamische microfoon op ingang 1. De fantoomspanning in de "On" stand is +21Vdc (t.b.v. van electret microfoons)
  19. Aardklem.
    Dit is de zgn. Chassisaarde, welke gebruikt kan worden voor het aarden van bijv. de afscherming van luidsprekerkabels. Let op: Deze aardklem is geen vervanging van de randaarde (veiligheidsaarding) via het netsnoer.