A-2000 Serie: Meng- Eindversterkers
 
VM-2120 / VM-2240
Bedieningsorganen en aansluitingen van de versterkerserie.

De nummers in de cirkels verwijzen ook naar de items op de paginas 8, 9 en 10  van de engelstalige handleiding. Tussen teksthaken is steeds het opschrift van het betreffende bedieningsorgaan weergegeven, zoals dat in werkelijkheid op de frontplaat van de versterker staat.

Frontpaneel:
1. Voedingsschakelaar [POWER] 2. Voedingsindicatie. 3. Hoge tonen regeling [TREBLE] 4. lagee tonen regeling [BASS] 5. Volumeregelaars [INPUT 1 – 3, BGM] 6. Hoofdvolumeregeling [MASTER] 7. Reset toets. 8. Zone indicatie. 9. Zone selectietoetsen. 10. Zone volumeregeling [ZONE 1 – 5] 11. Etiket 12. Indicatielampje voor algemene oproep. 13. Algemene oproeptoets. [ALL] 14. Indicatielampje voor alarmering [EMERGENCY] 15. Foutindicatielampje [FAULT] 16. Uitsturingsmeter.

1. Voedingschakelaar [POWER]
Aan/Uit schakelaar. Houd de knop minimaal 0,3 seconden ingedrukt om de netvoeding uit te schakelen.


2. Voedingsindicatie.

Dit lampje brandt als de netvoeding is ingeschakeld.


3. Hoge tonen regeling [TREBLE]

Regelt het niveau van de hoge tonen in het totale frequentiebereik voor de ingangen 1 t/m 3 en de BGM ingang. Draai de kop rechtsom om de hoge frequenties te bevoordelen en linksom om ze te verzwakken. In het midden van het regelbereik is voorzien in een klikpositie welke de neutrale middenstand aangeeft.


4. Lage tonen regeling [BASS]

Regelt het niveau van de lage tonen in het totale frequentiebereik voor de ingangen 1 t/m 3 en de BGM ingang. Draai de kop rechtsom om de lage frequenties te bevoordelen en linksom om ze te verzwakken. In het midden van het regelbereik is voorzien in een klikpositie welke de neutrale middenstand aangeeft.


5. Volumeregelaars [INPUT 1 – 3, BGM]

Met deze knoppen wordt het signaalniveau in sterkte geregeld voor de ingangen 1 t/m 3 en de BGM ingang.


6. Hoofdvolumeregeling [MASTER]
Diot iis de hoofdregelaar van het signaalvolume op de ingangen 1 t/m 3 en de BGM ingang.


7. Reset toets.
Dit miniatuurtoetsje ligt achter het front en kan alleen met een puntig voorwerp worden ingedrukt. Druk deze toets in om de interne computer te resetten als de versterkerunit niet goed functioneert, het bedienen van toetsen niiet goed gaat of bij andere onregelmatigheden. De Resettoets wordt ook in combinatie met andere bedieningen gebruikt voor het configureren van de versterker. NB: Bij het bedienen van de Resettoets worden reeds geconfigureerde en opgeslagen parameters niet gereset.

 
8. Zone indicatie.
Lampjes die de oproepzones aangeven (Zones 1 – 5) welke geselecteerd zijn met de zoneselectietoetsen (9) De lampjes knipperen om te laten zien welke zone wordt gechecked tijdens de impedantiemeting. De lampjes knipperen ook als de betreffende zone een onderbreking of een kortsluiting vertoont.

9. Zone selectietoetsen.
Selecteert de gewenste zone waarin moet worden opgeroepen.

 
10. Zone volumeregeling [ZONE 1 – 5]
Stappenregelaars voor het regelen van het oproepniveau in de bijbehorende zone. Er zijn 6 stappen: 0 dB (Max. positie), –3 dB, –6 dB, –10 dB, –15 dB, and –20 dB (Min. positie).


11. Etiket
Met deze etiketten kunnen de in- en uitgangen worden benoemd. De lege etiketten zijn bij de versterker verpakt.

 
12. Indicatielampje voor algemene oproep.
Dit lampje brandt als alle zones tegelijk zijn geselecteerd. ("All Call")


13. Algemene oproeptoets. [ALL]
Door het indriukken van deze toets worden alle zones geselecteerd.


14. Indicatielampje voor alarmering [EMERGENCY]
Het lampje brandt als de unit in de "Emergency mode" wordt gebracht.


15. Foutindicatielampje [FAULT]
Het lampje licht op bij:
Geen of foutieve communicatie met de Systeemmicrofoon(s) of uitbreidingsversterker(s)
Het niet functioneren van de berichtenrecorder EV-200
Een kortluiting, onderbreking of aardlek in ιιn van de luidsprekerzones
Statusinformatie over de fout(en) wordt geleverd via de aansluitplug aan de achterzijde [CONTROL I/O] (30).


16. Uitsturingsmeter.
De meter geeft het uitsturingsniveau van de versterker weer, waarbij "0 dB" staat voor het nominaal vermogen (bij 100 V). In het algemeen moet het uitsturingsniveau lager worden gehouden dan het punt waarop de rode indicatie (0 dB) begint op te lichten.

Achteraanzicht:

17. Audio ingangen [INPUT 1, 2, 3] 18. Ingangen voor Achtergrondmuziek [BGM INPUT 1, 2] 19. BGM ingangsvolumeregelingen. 20. Lijnuitgang [LINE OUT] 21. Opnameuitgang [REC OUT] 22. Preamplifier output jack [PRE OUT] 23. Eindversterker in [POWER AMP IN] 24. Link connector [LINK] 25. Ingangsvolumeregeling voor de systeemmicrofoon [RM] 26. Volumeregeling voor het ingebouwde attentiesignaal [CHIME] 27. Telephone paging volumeregeling. 28. 'Push in' aansluitblok [TEL PAGING, CTRL IN 1, 2, 3, 24 V OUT] 29. Functie-dipswitches [SETTINGS] 30. In- / uitgangsconnector voor besturingen [CONTROL I/O] 31. [ATTENUATOR CONTROL, EXTERNAL SP INPUT, DIRECT OUT, ZONE 1 – 5] 32. 24 V DC power input 33. Euro entrιe voor de netvoeding [AC mains] 34. Zekeringhouder voor 20 mm glaszekeringen. 35. Aardklem.
 
17. Audio ingangen [INPUT 1, 2, 3]
Het ingangsniveau kan worden omgeschakeld van MIC (–60 dB, 600 Ω) naar LINE (–10 dB, 600 Ω) door gebruik te maken van de dipswitches [SETTINGS] (29). Elke ingang is electronisch gebalanceerd en heeft een gecombineerde XLR/Phone Jack aansluiting. Bovendien heeft ingang 1 σσk de beschikking over een Din chassisdeel voor het aansluiten van commandomicrofoons met oproeptoets (bijv. de VR-1001 of de PM-660D)


18. Ingangen voor Achtergrondmuziek [BGM INPUT 1, 2]
Ingang voor het aansluiten van een achtergrondmuzieksignaal. Mono, RCA pin jack, –20 dB, 10 kΩ.

 
19. BGM ingangsvolumeregelingen.
Regelaars voor het - per ingang - regelen van de achtergrondmuziek. Rechtsom draaien betekent het volume verhogen.


20. Lijnuitgang [LINE OUT]
Deze uitgang levert het signaal vσσr de hoofdvolumeregeling, en kan worden aangesloten op de lijningang(en) van andere apparatuur. RCA pin jack, 0 dB, 10 kΩ.


21. Opnameuitgang [REC OUT]
Deze uitgang is parallel geschakeld met de lijnuitgang  [LINE OUT] en dient voor het aansluiten van een cassetterecorder of ander opname-apparaat. RCA pin jack, 0 dB, 10 kΩ.


22. Preamplifier output jack [PRE OUT]
Deze uitgang levert het signaal zoals dat nα de hoofdvolumeregelaar wordt weergegeven. Verbindt deze uitgang met bijv. de lijningang van een andere eindversterker. RCA pin jack, 0 dB, 10 kΩ.

 
23. Eindversterker in [POWER AMP IN]
 Deze ingang is bedoeld voor het aansluiten van bijv. een pre-amplifier uitgang van externe apparatuur. Door het insteken van de plug in het chassisdeel wordt de interne voorversterker onderdrukt. RCA pin jack, 0 dB, 10 kΩ.


24. Link connector [LINK]
Een RJ45 connector (female) voor het aansluiten van andere versterkers (VM-2120/VM-2240) of optionele systeemmicrofoons RM-200M (max. 4 stuks). De link-verbinding is v.w.b. de audio electronisch gebalanceerd (t.b.v. de systeemmicrofoon). Als 2 versterkers uit de VM serie worden 'gelinkt' via deze connectors, verbindt dan tevens de "PRE OUT" (22) uitgang van de hoofdversterker met de "POWER AMP IN" (23) ingang van de subversterker.


25. Ingangsvolumeregeling voor de systeemmicrofoon [RM]
Met deze regelaars wordt het omroepvolume van de systeemmicrofoon(s) ingesteld.


26. Volumeregeling voor het ingebouwde attentiesignaal [CHIME]


27. Telephone paging volumeregeling.


28. 'Push in' aansluitblok [TEL PAGING, CTRL IN 1, 2, 3, 24 V OUT]
Op dit blok zijn de volgende aansluitingen aanwezig:
(1) Telephone paging input [TEL PAGING] electronisch gebalanceerde ingang met afscherming, –10 dB, 10 kΩ.
     Ctrl: Potentiaalvrij maakcontact, open klemspanning: 30 Vdc, kortsluitstroom: < 0.1 A
(2) Stuuringangen voor de audioingangen 1, 2 en 3 [CTRL IN 1, 2, 3].
     Potentiaalvrije maakcontacten voor het opensturen van de audioingangen 1, 2 en 3, open klemspanning: 3,3 Vdc, kortsluitstroom: < 1 mA
(3) 24 Vdc Voedingsuitgang [24 V OUT] Levert 24 Vdc/0.2 A voor bijv. een optionele voorversterker Unit RU-2001/-2002.


29. Functie-dipswitches [SETTINGS]
Een 8 bits Dipswitchblok voor het instellen van:
(1) Phantoom voeding aan/uit voor de ingangen 1 t/m 3
(2) Telephone paging met of zonder attentiesignaal
(3) Keuze uit 7 verschillende attentiesignalen of geen attentiesignaal.
[2-toons gong / 2-toons gong (met snelle herhaling) / 4-toons gong (opklimmende reeks) / Enkeltoons gong / 4-toons gong (klimmend en dalend) / Gongslag / Opgenomen attentiesignaal (via optionele EV-200)]
(4) MIC/LINE instelling voor de ingangen 1 t/m 3

 
30. In- / uitgangsconnector voor besturingen [CONTROL I/O]
Een 25-pens, female D-sub connector.
(1) Externe stuuringangen. De volgende functies kunnen worden geactiveerd door externe apparatuur:
     • Berichten weergeven via de (optionele) EV-200
     • Het gekoizen attentiesignaal starten
     • Voeding aan/uit
     • Noodomroep activeren
     • Onderdrukking van de 'eigen omroep' (ten faveure van externe apparatuur)
(2) Status indicatie. Er wordt een maakcontact afgegeven als:
     • Communicatiefouten tussen versterker en systeemmicrofoon of subversterker.
     • AC power ON
     • DC power ON
     • Fouten bij de weergave van de berichtenrecorder EV-200.
     • Foutmeldingen (FAULT)
     • netschakelaar aan


31. [ATTENUATOR CONTROL, EXTERNAL SP INPUT, DIRECT OUT, ZONE 1 – 5]
Een16-pens verwijderbaar schroewfklemmenblok met de volgende aansluitingen:
(1) [ATTENUATOR CONTROL]
     Een wisselcontact voor het overbruggen van externe luidsprekerverzwakkers..
(2) [EXTERNAL SP INPUT]
     Hierop wordt het (100V) signaal van een externe versterker aangesloten, zodat bijv. bij alarmering de externe versterker voorrang krijgt
(3) [DIRECT OUT]
     Rechtstreekse uitgang zonder verzwakking door een uitgangsregelaar (10)
(4) [SP OUT, ZONE 1 – 5]
     Hierop worden de luidsprekerlijnen (100V) aangesloten. 50V of 70V is ook mogelijk door interne wijziging van bedrading.

 
32. 24 V DC power input
Aansluiting voor de noodvoeding (maximaal 24 Vdc /7.5 A voor de VM-2120, 15 A voor de VM-2240)


33. Euro entrιe voor de netvoeding [AC mains]


34. Zekeringhouder voor 20 mm glaszekeringen.
VM-2120: T2,5 Amp; VM-2240: T3,15 Amp. NB: Eerst de oorzaak van de sluiting opheffen alvorens een nieuwe zekering te plaatsen.

 
35. Aardklem.
Let op deze aansluiting is alleen signaalaarde (bedoeld voor het verminderen van eventuele bromstoringen) en dus geen veiligheidsaarde en mag nooit de randaarde via het netsnoer vervangen.