jM-9000 Serie: Digitale matrix / mengvoorversterker
 
D-901 Digitale Mixer
Bedieningsorganen en aansluitingen van de D-901
De nummers in de kantlijn verwijzen ook naar de items op de paginas 8 t/m 11  van de engelstalige handleiding. Tussen teksthaken is steeds het opschrift van het betreffende bedieningsorgaan weergegeven, zoals dat in werkelijkheid op de frontplaat van de mixer staat. Indien nodig wordt met tussen haakjes geplaatste cijfers verwezen naar andere bedieningsorganen.

Vooraanzicht.
Configuratie-instellingen
Presetselectie
Ingangssectie
   
Microfoonbus
Uitgangssectie

Achteraanzicht

Vooraanzicht.

(1) (2)
  1. Netschakelaar en indicatie
    Netvoeding aan: Schakelaar indrukken en weer loslaten. (Het lampje boven de toets brandt)
  2. Netspanningsindicatie [POWER]

Configuratie-instellingen

(3) (4) (5) (6) (7) (8) (9) (10) (11) (12)

  1. Utility indicator [UTILITY]
    Als de Utility toets (4) is ingedrukt brandt deze Led.
  2. Utility toets [UTILITY].
    Deze toets schakelt het Utility menu in. De diverse parameters die hierbij horen kunnen m.b.v. LCD scherm worden ingesteld.
  3. LCD scherm.
    Het scherm licht op als de Functietoets (12) is ingedrukt. Ook een defecte koeling wordt ge-indiceerd op het scherm.
  4. Blokkeringsindicator [LOCK].
    Dit lampje brandt als het bedienen van één of meer functies is geblokkeerd. Het lampje knippert tijdens de communicatie met een PC. Ook dan is er geen handbediening mogelijk.
  5. Parameterkeuzeknop. [CHANGE PARAMETER]
    Draaiknop (zgn jogging knop) voor het wijzigen van parameters van de gekozen functie.
  6. Preset indicator. [PRESET]
    Dit lampje brandt tijdens het kiezen van een van een preset configuratie (8) 
  7. Presettoets. [PRESET]
    Deze toets roept een geprogrammeerd geheugengedeelte op (Preset) wat op het LCD scherm is geselecteerd.
  8. Navigatietoetsen [▲▼►◄].
    Z.g.n. 'joystick' om selecties te kunnen maken en om door de menu's heen te kunnen navigeren.
  9. Functietoetsindicatie.
    Dit lampje brandt continu als de Functietoets (12) is ingedrukt.
  10. Functietoets.
    Het indrukken van deze druktoets maakt het LCD scherm vrij voor het instellen of wijzigen van parameters.

Presetselectie

(13) (14)

  1. Geheugentoets [Preset]
    Deze druktoetsen activeren elk één van de acht voorgeprogrammeerde geheugensecties. Bevestig de keuze door het indrukken van de Jogging knop (7).
  2. Geheugenindicatie.
    Deze lampjes branden als de corresp[onderende geheugensectie actief is.

Ingangssectie (15) (16) (17) (18) (19)

  1. Ingangskeuze.
    Met deze druktoetsen wordt het corresponderende ingangskanaal gekozen, waarna het volume van de gekozen ingang kan worden geregeld of een andere parameter van dat kanaal kan worden ingesteld m.b.v. het LCD scherm 
  2. Ingangsindicatie. [SEL, SIG, ON]
    SEL: Het gekozen ingangskanaal wordt aangeduidt door het branden van de bijbehorende Led.
    ON: Het betreffende ingangskanaal is gekozen en actief. Tijdens het programmeren van een geheugensectie kan een andere ingangskeuze noodzakelijk zijn, de huidige configuratie blijft echter actief.
    SIG: Dit is een twee kleuren Led (rood en groen) welke het ingangsniveau van het bijbehorende kanaal aangeeft.
    Rood: Hetniveau van het  ingangssignaal is meer dan 17 dB hoger dan het nominale ingangsniveau. Als dit lampje brandt, betekent dit dat het uitgangsniveau van het aangesloten apparaat moet worden verminderd.
     Groen: Het niveau van het ingangssignaal ligt tussen de -40 dB en +17 dB.
    Uit: Het ingangsniveau is lager dan -40 dB.
  3. Volumeregelaar [INPUT].
    Met deze regelaar wordt het volume van de gekozen ingang ingesteld.
  4. Activeringsdruktoets.
    Pas als deze toets wordt ingedrukt, wordt de geselecteerde ingang óók actief (laat signaal door).
  5. Ingangsindicatie. (Activiteit)
    Dit lampje laat zien dat de gekozen ingang actief is (lampje brandt).

Microfoonbus, Feedback onderdrukking en Effectkanaal

(20) (21) (22) (23) (24)

  1. Selectietoets. [SEL]
    Dit is een keuzetoets voor het selecteren van:
    a) de microfoonbus (lampje 21 brandt)
    b) de feedback onderdrukking [FBS]
    c) het effectkanaal.
  2. Microfoonbusindicatie
    Brandt continu als de microfoonbus is geselecteerd (20).
  3. Status indicatie Feedback Suppression. [FBS]
    Deze indicatie geeft aan of de Feedback Suppressie is ingeschakeld.
  4. Effect druktoets [EFFECT]
    Deze druktoets schakelt het Effectkanaal (Echo) in
  5. Effect indicator.
    Dit lampje brandt als het Effectkanaal is ingeschakeld.

Uitgangssectie

(25) (26) (27) (28) (29) (30)

  1. Uitgangs niveumeter.
    Deze meter geeft het uitgangsniveau weer van de geselecteerde uitgang. (28)
  2. Uitgangsindicatie [ON, SIG, SEL]
    SEL: Het gekozen uitgangskanaal wordt aangeduidt door het branden van de bijbehorende Led.
    ON: Het betreffende uitgangskanaal is gekozen en actief. Tijdens het programmeren van een geheugensectie kan een andere ingangskeuze noodzakelijk zijn, de huidige configuratie blijft echter actief.
    SIG: Dit is een twee kleuren Led (rood en groen) welke het uitgangsniveau van het bijbehorende kanaal aangeeft.
    Rood: Hetniveau van het  uitgangssignaal is meer dan 17 dB hoger dan het nominale uitgangsniveau.
     Groen: Het niveau van het uitgangssignaal ligt tussen de -40 dB en +17 dB.
    Uit: Het uitgangsniveau is lager dan -40 dB
  3. Uitgangsvolumeregelaar [OUTPUT]
    De geselecteerde uitgang (28) wordt door deze potmeter in volume geregeld.
  4. Uitgangsselectietoetsen. [1-8]
    Het indrukken van één van deze toetsen, selecteert het bijbehorende uitgangskanaal voor het regelen van volume of het wijzigen van andere parameters. De selectie wordt geíndiceerd door het rode ledje SEL (26)
  5. Output Channel ON/OFF toets
    Het met de selectietoetsen (28) ingeschakelde uitgangskanaal wordt geactiveerd of uitgeschakeld.
  6. Output Channel ON/OFF indicator
    Als dit lampje brandt, betekent dit dat het met de selectietoetsen (28) geselecteerde uitgangskanaal is geactiveerd.

Achteraanzicht.

(31) (32) (33) (34) (35) (36) (37) (38) (39) (40) (41) (42)

  1. Ventilator
    Let op: Blokkeer de ventilatieopeningen van de ventilator niet.
  2. Communicatiepoort. [RS-232C]
    9 polige subminiatuur D-connector voor het aansluiten van een P(ersonal) C(omputer) volgens het RS-232C protocol.
  3. Slot 9
    Dit slot is bestemd voor de stuurin-uitgangsmodule  
  4. Slot 8
    Dit slot is bestemd voor het plaatsen van uitgangsmodules voor kanaal 5 t/m 8.
  5. Slot 7
    Dit slot is bestemd voor het plaatsen van uitgangsmodules voor kanaal 1 t/m 4.
  6. Slot 6
    Dit slot is bestemd voor het plaatsen van een ingangsmodule voor ingang 11 en 12
    of voor het plaatsen van een uitgangsmodule voor de kanalen 5 t/m 8.
  7. Slot 5
    Dit slot is bestemd voor het plaatsen van een ingangsmodule voor ingang 9 en 10
    of voor het plaatsen van een uitgangsmodule voor de kanalen 1 t/m 4.
  8. Slot 4
    Dit slot is bestemd voor het plaatsen van een ingangsmodule voor ingang 7 en 8.
  9. Slot 3
    Dit slot is bestemd voor het plaatsen van een ingangsmodule voor ingang 5 en 6.
  10. Slot 2
    Dit slot is bestemd voor het plaatsen van een ingangsmodule voor ingang 3 en 4.
  11. Slot 1
    Dit slot is bestemd voor het plaatsen van een ingangsmodule voor ingang 1 en 2.
  12. Net-entrée
    Chassisdeel voor het aansluiten van een (Euro)netsnoer (230Vac)

Let op: In de slots 5 t/m 8 kunnen tegelijkertijd maar twee uitgangsmodules (type D-971M of D-971E) worden geplaatst