M-9000 Serie: Digitale matrix / mengvoorversterker
 
M-9000 Digitale Mixer-Matrix
Bedieningsorganen en aansluitingen van de M-9000
De nummers in de kantlijn verwijzen ook naar de items op de paginas 11 t/m 15  van de engelstalige handleiding. Tussen teksthaken is steeds het opschrift van het betreffende bedieningsorgaan weergegeven, zoals dat in werkelijkheid op de frontplaat van de versterker staat. Indien nodig wordt met tussen haakjes geplaatste cijfers verwezen naar andere bedieningsorganen.

Vooraanzicht.
Het LCD display
Achteraanzicht

Vooraanzicht.
(1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9) (10) (11) (12) (13) (14)
  1. Netschakelaar en indicatie
    Netvoeding aan: Schakelaar indrukken en weer loslaten. (Het lampje in de toets brandt)  De netspanning wordt weer uitgeschakeld, als de toets langer dan 0,5 sec. wordt  ingedrukt. Om het apparaat volledig spanningsvrij te kunnen maken moet ook het netsnoer worden verwijderd.
  2. Keuzeschakelaars voo de ingangen [INPUT SELECT]
    Kies hier de ingang waarvan het ingangsvolume of andere parameters moeten worden gewijzigd. Op het VFD scherm wordt de gemaakte keuze zichtbaar door een corresponderende rode kanaalkeuze LED.
  3. Vacuum Fluoricentie Display (VFD)
    Indicatiescherm voor o.m. ingangskanaalkeuze en status; niveau indicatie. Het VFD gaat  automatisch over in een 'slaap' mode als er binnen ca. 20 minuten geen toetsbedieningen meer hebben plaatsgevonden.
  4. Ingangsvolumeregelaar [INPUT VOLUME].
    Met deze knop kunt u het volume van de geselecteerde ingang (2) regelen.
  5. Aan / Uitschakelaar [ON/OFF].
    Deze schakelaar schakelt de gekozen ingang (2) aan of uit.
  6. Aan / Uitschakelaar [ON/OFF].
    Deze schakelaar schakelt de gekozen uitgang (7) aan of uit.
  7. Uitgangskeuzeschakelaar.
    Druktoets waarmee een uitgang kan worden gekozen voor het regelen van volume of het instellen van een andere parameter. Door herhaaldelijk te drukken worden de ingangen achtereenvolgend geselecteerd. Op het scherm wordt de geactiveerde uitgang aangeduid met een kanaalindicator voor elke uitgang.
  8. Uitgangsvolumeregelaar. [OUTPUT VOLUME]
    Regelaar voor het uigangsvolume van de geselecteerde uitgang (7) 
  9. Geheugentoets [MEMORY]
    Deze druktoets wordt gebruikt voor het bewaren van alle ingestelde parameters in een geheugensectie, of voor het oproepen van een geheugensectie.
  10. Invoertoets [ENTER].
    Gebruik deze toets voor het bevestigen en/of invoeren van ingestelde data.
  11. Instelknop [PARAMETER]
    Draaiknop voor het instellen van parameterwaarden. 
  12. Utility [UTILITY]
    Druktoets voor het uitvoeren van een bepaald menu gedeelte (Utility).
  13. Escape toets [ESC / BACK].
    M.b.v. deze druktoets kan een stap worden teruggegaan in de menukeuze.
  14. Navigatietoetsen [▲▼►◄].
    Z.g.n. 'joystick'om door de menu's te kunnen navigeren.

Vacuum Fluoricentie Display (VFD)

(15) (16) (17) (18) (19) (20) (21) (22) (23) (24) (25) (26) (27) (28) (29) (30) (31) (32)
  1. Alphanumeriek display
    Het cijferdisply bestaat uit 18 individuele characters, elk bestaande uit 14 segmenten. De cijfers geven de parameterwaarden weer welke op dat moment zijn gekozen. Parameters welke actueel worden gewijzigd, worden knipperend weergegeven.
  2. Keylock indicatie [KEYLOCK]
    Als de 'key lock' functie actief is (bepaalde bedieningsorganen zijn vergrendeld) brandt deze aanduiding continu. Als er in de Key Lock instellingen zelf wordt gewijzigd, brandt deze aanduiding knipperend.
  3. Emergency indicatie.
    Deze aanduiding brandt continu als de Emergency functie is geactiveerd.
  4. Eenheden indicatie.
    Weergave van de eenheid waarin een bepaalde parameter wordt uitgedrukt.
  5. GAIN, dB, Q, FREQ indicatie
    Deze eenheden worden weergegeven bij het instelllen of uitlezen van de equalizer.
  6. COM indicatie. [COM]
    Deze aanduiding brandt als er communicatie plaatsvindt via de seriële ingang en een PC.
  7. Foutmelding [FAULT]
    Als er een fout in de unit of in de programmering is ontdekt brandt deze aanduiding. (Zie verder Hfdst. 122 "Error Indications" van de handleiding).
  8. Status indicatie. [FADER / LEVEL]
    Deze indicatie geeft aan of de ingangsniveaumeter (26) de hoogte van het ingangssignaal weergeeft, óf de waarde van de ingestelde ingangsvolumeparameter.
    NB: Het ingangsniveau (level) wordt alleen weergegeven als de ingangsmodule D-001T/R wordt gebruikt.
  9. Ingangsiveaumeterschaal [dB]
  10. Ingangskeuze-indicatie. (rode Led)
    De actuele ingang wordt door één van deze Led's aangeduid. Als een parameterwaarde van een ingang wordt gewijzigd, knippert de corresponderende ingangs Led.
  11. Ingangskeuze-indicatie. (cijferindicatie)
    De cijferindicatoren voor elke ingang branden altijd continu, of ze nu wel of niet zijn geselecteerd door de ingangsselector (2). Ze branden knipperend als de corresponderende ingang m.b.v. de ingangsblokkeringstoets (5) is uitgeschakeld.
    De indicatoren van niet gebruikte ingangen kunnen desgewenst worden uitgezet in het 'Utility' menu.
  12. Ingangs niveumeter.
    Deze meter geeft - bij gebruik van de ingangsmodule D-001T/R - per ingang het ingangssignaalniveau weer. In alle andere gevallen geeft de meter per ingang de stand van de ingangsvolumeregelaar weer. Welke mode in gebruik is, wordt aangegeven door de status indicatie (22). De niveaumeterindicatie brandt altijd, zelfs als de betreffende ingang is geblokkeerd of onderdrukt (muting).
  13. Effect mode indicatie [TONE / LOUD / EQ / GATE / DUCK / NOM / DELAY]
    Deze indicatie brandt continue als het betreffende effect is ingeschakeld en brandt knipperend als de parameterwaarden van het corresponderende effect worden gewijzigd.
  14. Uitgangskeuze-indicatie. (rode Led)
    De geselecteerde uitgang wordt door één van deze Led's aangeduid. Als een parameterwaarde van een uitgang wordt gewijzigd, knippert de corresponderende uitgangs- Led.
  15. Uitgangskeuze-indicatie. (cijferindicatie)
    De cijferindicatoren voor elke uitgang branden continu en knipperen als de corresponderende uitgang is geblokkeerd. Het aantal cijferindicatoren dat brandt hangt af van het per kanaal al dan niet plaatsen van een uitgangsmodule.
  16. Uitgangsniveaumeter.
    Deze meter geeft - per kanaal - het uitgangsniveau weer, of de stand van de uitgangsvolumeregelaar. De status wordt aangegeven door de bijbehorende status indicatie (32).
  17. Uitgangsiveaumeterschaal [dB]
  18. Status indicatie. [FADER / LEVEL]
    Deze indicatie geeft aan of de uitgangsniveaumeter (30) de hoogte van het uitgangssignaal weergeeft, óf de waarde van de ingestelde uitgangsvolumeparameter.

Achteraanzicht (33) (34) (35) (36) (37) (38) (39) (40)

  1. Netspanningsentree.
  2. RS-232C Comminicatiepoort
    Deze D connector is bedoeld voor het aansluiten van een P(ersonal) C(omputer).
  3. Schroefklem (chassisaarde).
    Let op: Deze aardklem mag nooit de vervanging zijn van de veiligheidsaarding via de randaarde van het netsnoer. Gebruik deze aardklem alleen om bijv. de signaalaarde (afscherming) van aangesloten apparatuur aan te sluiten, als er in de aansluitpluggen geen voorzieningen voor zijn getroffen. Vermijdt ten allen tijde dubbele aarding tussen de randapparatuur en deze unit.
  4. Mode schakelaar. [MODE]
    De keuze tussen de Matrix en de Mixer mode moet - éénmalig - voor het begin van de programmeringen worden gedaan.
    Let op: Het wisselen van mode tijdens de programmeringen of tijdens normaal bedrijf is niet mogelijk en zet alle ingevoerde parameters terug naar de 'default' waarden.
  5. Contol I/O connector. [CTRL I/O].
    Connector voor het aansluiten van de afstandsbedieningsunits ZM-9001 of de ZM-9002.
    Mogelijkheden:
    Remote volume [REMT VOL 1 en 2] (Op afstand regelbaar ingangsvolume)
    Contact inputs [IN] (Sturingen voor bijv. het in- of uitschakelen van instellingen)
    Contact outputs [OUT] (stausindicatie en/of bediening ext. apparatuur)
  6. Blind paneel (accessoire)
    Dek de open slots af met een blind paneel.
  7. Slots voor het installeren van in- of uitgangsmodules.
  8. Voorversterker uitgang. [PRE AMP 1 en 2]
    Er zijn twee voorgeïnstalleerde uitgangskanalen, met elk een signaalniveau van 0 dBv en met een uitgangsimpedantie van 600 Ohm. (symmetrisch)