Audiomanagement:

Snelstartgids M-9000 (MATRIX mode)

9000 serie mixer-matrix systeem

De initialisatie
Installatievoorbeeld
Ingangsvolumeregeling
Uitgangsvolumeregeling
Instellingen en routering
Ingangsgevoeligheid en fantoomvoeding

Routeringen maken als gevolg van een 'event'
Het oproepen en activeren van een opgeslagen event

 

1. De initialisatie.

  • Bevestig het netsnoer, sluit het aan op het lichtnet en druk de [POWER] toets in.

  • Op het verschijnt nu "ERASE MATRIX MEMO?". Druk op de [ENTER] om alle voorgaande programmeringen ongedaan te maken.

  • Druk op de [ESC/BACK] toets als n van deze twee berichten op het scherm verschijnt. Voor onderstaand installatievoorbeeld is nadere uitleg niet nodig. Zoek deze parameters zonodig op in de uitgebreide handleiding.

  • De M-9000 unit maakt vervolgens automatisch de initialisatie af en schakelt zichzelf uit.

  • Schakel de unit opnieuw in m.b.v. de [POWER] toets en ga door met de programmering.

 

2. Installatievoorbeeld (Matrix mode)

De volgende M-9000 installatie is een typisch voorbeeld van een 'basic' omroepsysteem. Er is een microfoon aangesloten op ingang 1 en op ingang 2 een CD speler. De muziek wordt zowel via uitgang 1 als uitgang 2 weergegeven. Als er in de microfoon wordt gesproken, wordt deze alleen op uitgang 1 weergegeven, waarbij de muziek op uitgang 1 wordt onderdrukt. Op uitgang 2 is geen oproep hoorbaar en wordt de muziek niet gehinderd tijdens oproep.

Belangrijk: Draai de volumeregelaars van elke geluidsbron geheel linksom voordat u deze aansluit. Dit, ter bescherming van oren, luidsprekers en eventuele versterkers. Maak er een gewoonte van om de volumeregelingen langzaam weer open te draaien als de programmeringen klaar zijn

2.1 Ingangsvolumeregeling.

Om het volume van de ingangen te kunnen regelen moet het volgende worden gedaan:
- Selecteer een ingang met de [INPUT SELECT] toets en draai aan de [INPUT VOLUME] knop tot het gewenste niveau is bereikt.
- Selecteer eventueel een tweede ingang met de [INPUT SELECT] toetsen en draai opnieuw aan de [INPUT VOLUME] knop tot het gewenste niveau is bereikt. etc. etc.
Druk hierna op de [MEMORY] toets waardoor het scherm gewist wordt.
 

2.2 Uitgangsvolumeregeling.

Om het volume van de uitgangen te kunnen regelen moet het volgende worden gedaan:
- Selecteer een uitgang met de [OUTPUT SELECT] toets en draai aan de [OUTPUT VOLUME] knop tot het gewenste niveau is bereikt.
- Selecteer eventueel een tweede uitgang met de [OUTPUT SELECT] toets en draai opnieuw aan de [OUTPUT VOLUME] knop tot het gewenste niveau is bereikt. enz. enz.
Druk hierna op de [MEMORY] toets waardoor het scherm gewist wordt.
 

3. Instellingen en routering.

Voor de duidelijkheid zijn de aanduidingen die op het scherm verschijnen vet afgedrukt in en in blauwe letters. Bovendien zijn de actuele parameters rood afgedrukt en tussen aanhalingstekens geplaatst als deze staan te knipperen. De te bedienen knoppen zijn steeds tussen teksthaken geplaatst.

3.1 Gevoeligheid en fantoomvoeding.

Uit te voeren actie: Resultaat op het display:
Stap 1 Houdt de [UTILITY] toets ingedrukt. INPUT - SETTING
Stap 2 Druk op [►] SELECT INPUT CH
Stap 3 Selecteer ingang 1 m.b.v. [INPUT SELECT] IN1- _______
Stap 4 Druk op [▼] Draai aan de [PARAMETER] knop tot de gewenste ingangsgevoeligheid is bereikt.
NB: Microfooningangen hebben doorgaans een instelling van "-60" en lijngangen een instelling van "-10". Houdt zoveel mogelijk de door de fabrikant opgegeven specificaties van de geluidsbronnen aan.
IN1-INPUT SENSITIVITY-60
Stap 5 Druk op [▼] Kies "ON" m.b.v. de [PARAMETER] knop als dit voor de betreffende ingang nodig is. Raadpleeg zonodig de specificaties van de microfoonfabrikant. IN1-PHANTOM ON
Stap 6 Druk op [▼] Kies "ON" met de [PARAMETER] knop IN1-VOX ON
Stap 7 Druk op [▼] Kies "1" met de [PARAMETER] knop
Dit is de hoogste prioriteit
IN1-PRIORITY 1
Stap 8 Druk op [▼] Kies "ON" met de [PARAMETER] knop IN1-DUCKER ON
Stap 9 Druk op de toets [ESC/BACK] INPUT - SETTING



 

3.2 Routeringen maken als gevolg van een 'event'
Uit te voeren actie: Resultaat op het display:
Stap 1 Draai aan de [PARAMETER] knop EVENT SETTING
Stap 2 Druk op [►] EVENT "01" NONE
Stap 3 Druk nog eens op [►] EVENT 01 "NONE"
Stap 4 Draai aan de [PARAMETER] knop EVENT 01 "ROUTE"
Stap 5 Druk op [▼] EVENT 01 "IN1"
Stap 6 Selecteer ingang 2 m.b.v. [INPUT SELECT] EVENT 01 "IN2"



 

Stap 7 Druk op [▼] EVENT 01 "OUT1"
Druk op [Output ON/OFF] waardoor er een rode led gaat branden naast OUT1
Druk op [OUTPUT SELECT] EVENT 01 "OUT2"
Druk op [Output ON/OFF] waardoor er ook een rode led gaat branden naast OUT2
Stap 8 Druk op [▼] EVENT 01 "ROUTE"
Stap 9 Druk op [◄] EVENT "01" ROUTE
Stap 10 Draai aan de [PARAMETER] knop EVENT "02" NONE
Stap 11 Druk op [►] EVENT 02 "NONE"
Stap 12 Draai aan de [PARAMETER] knop EVENT 02 "ROUTE"
Stap 13 Druk op [▼] EVENT 02 "IN2"
Stap 14 Druk nog eens op [▼] EVENT 02 "OUT1"
Druk op [Output ON/OFF] waardoor er een rode led gaat branden naast OUT1
Stap 15 Druk op [▼] EVENT 02 TRIG "NONE"
Stap 16 Draai aan de [PARAMETER] knop EVENT 02 TRIG "VOX"
Stap 17 Druk op de toets [ESC/BACK] "EVENT SETTING"
Stap 18 Druk op de toets [MEMORY] om dit event op te slaan, het scherm wordt gewist.



 

3.3 Het oproepen en activeren van een opgeslagen event
Uit te voeren actie: Resultaat op het display:
Stap 1 Houdt de [MEMORY] toets ingedrukt. EVENT ----->------
Stap 2 Draai aan de [PARAMETER] knop EVENT 01 OFF
Stap 3 Druk op de toets [ENTER] EVENT 01 ON
NB: Op dit moment moet er achtergrondmuziek via beide uitgangen hoorbaar zijn.
Stap 3 Druk nog eens op de toets [MEMORY] waardoor het display wordt gewist.



 

Het resultaat van bovenstaande 'event programmering' is:
a) Via beide uitgangen wordt er muziek weergegeven.
b) Zodra er in de microfoon wordt gesproken is dit alleen hoorbaar op uitgang 1, waarbij de muziek op uitgang 1 is onderdrukt. Op uitgang blijft de muziek hoorbaar en wordt de microfoon niet weergegeven.

 

(C) Charles Goffin B.V.