|
Voor ontvangst van tijdsynchronisatiesignalen t.b.v. (schakel)klokken, is een
speciale antenne nodig. Voor
een storingsvrije en bedrijfszekere DCF-77 antenne ontvangst - dienen enkele
montagevoorschriften in acht te worden genomen.

-
Kies
een montageplaats waar een goede signaalontvangst te verwachten is, bijv. in
de buurt van een raam (aan de buitenmuur). Vermijd montage in een kelder of
andere afgeschermde ruimten.
-
De
antenne mag absoluut niet dichtbij een metalen deel gemonteerd worden (min.
10 cm verwijderd). Denk hierbij aan bijvoorbeeld: Staalconstructies,
betonmuren (bewapening), schakelkasten, kabelgoten, metalen kozijnen, etc.
De antenne heeft een standaard vaste aansluitkabel van 2 x 0,75 mm2
en kan met 2 x 1,5 mm2 verlengt worden
tot max. 300 m.
-
Indien meerdere antennes (verschillende bouwvorm en techniek) geplaatst
worden, dient eveneens de afstand van 10 cm in acht genomen te worden.
-
Zowel de
aansluitkabel als de antenne zelf, dienen op voldoende afstand van
elektrische leidingen (bijv. 230 VAC) geinstalleerd te worden. NB. : Hoe
groter de spanning en de te verwachten stroom van deze leidingen zijn, hoe
groter de afstand dient te zijn tot het antennesysteem
-
De antenne dient
eveneens op voldoende afstand van apparaten, die een elektromagnetische
straling uitzenden, gemonteerd te worden. Bijv.: televisietoestellen,
computer monitoren, elektromotoren, generatoren etc.
-
Let
op de montageplaats van de antenne. Deze dient horizontaal gemonteerd te
worden en dusdanig gericht te worden, dat de pijl op de behuizing, richting
Frankfurt am Main wijst c.q. de staafbehuizing onder een haakse hoek
hierheen wijst.
-
Bij goede ontvangst
knippert de LED op de antenne - lange en korte impulsen - in secondenmaat. Voor telkens
volle minuten ontbreekt die impuls.

Overgenomen uit de handleiding van de FA DCF77
|